Naar aanleiding van ons inmiddels uitverkochte theatercollege Lastige kinderen? Heb jij even geluk! in het Fulcotheater in IJsselstein nemen we je de komende weken in onze omdenkverhalen graag mee in onze kijk op de opvoeding. We richten ons op één van de meest belangrijke behoeften van een kind: autonomie. Het is namelijk ook meteen de behoefte die voor het meeste gedoe zorgt. Vorige week publiceerden we deel 2. Heb je die nog niet gelezen? Doe dat eerst even, dan kunnen we daarna verder met deel 3. Daarin leggen we nog concreter de link met autonomie in het onderwijs.
Autonomie en onderwijs
De behoefte van de mens om als autonoom wezen gezien te worden en zelf te mogen besluiten, staat natuurlijk op gespannen voet met het uitgangspunt van het onderwijs, waarbij de overheid bepaalt wat een leerling moet leren. Je mag dan wel een school kiezen, maar géén school kiezen is geen optie. En als je eenmaal voor een school hebt gekozen, bepaalt die school wat je moet leren. Tegelijkertijd beweert diezelfde overheid dat ze de autonomie van het kind – zelfstandig leren, eigenheid, talentontwikkeling – belangrijk vindt. Niet voor niets. Hoe meer een leerling intrinsiek gemotiveerd is om iets te leren, des te meer hij zal leren. Alles wat je leert omdat het moet, maar waarin je fundamenteel niet geïnteresseerd bent, zal je tot het examen onthouden, maar de dag erna ben je het vergeten.
Ondanks deze systeemfout in het onderwijs zijn er allerlei voorbeelden te vinden van geslaagde experimenten waarbij de autonomie van leerlingen op een constructieve manier gebruikt wordt. In het onderwijs is de zelfstandigheid en autonomie van kinderen inmiddels een vanzelfsprekende waarde. Iedere weldenkende leraar beseft dat kinderen zichzelf de stof eigen zullen moeten maken. Je kan nog zoveel uitleggen, voorkauwen of herhalen, als het kind niet zelf wil leren, zal alles wat het ene oor in komt, net zo makkelijk het andere oor weer uit gaan. Het feit dat het raamwerk niet deugt, hoeft gelukkig niet te verhinderen dat in de praktijk van alledag nieuwe vormen van leren ontwikkeld worden. Uiteraard zijn er honderden methoden en voorbeelden bekend van scholen en leerkrachten die uitgaan van de autonomie van het kind en daarmee fascinerende resultaten behalen. Het valt buiten het kader van dit omdenkverhaal die uitputtend te behandelen. Er is echter één methodiek die zozeer getuigt van omdenken, dat we die graag apart willen noemen en dat is het concept ‘flipping the classroom’.
Flipping the classroom
Wat is het idee van ‘flipping the classroom’? In plaats van klassikaal instructies te geven, die individueel geoefend moeten worden, draait de docent dit principe om: de leerling neemt de instructies individueel tot zich, het oefenen gebeurt klassikaal. Hoe ziet het principe er in de praktijk uit? De docent neemt zijn instructies met een camera op en plaatst ze op internet. De kinderen kunnen vervolgens in hun eigen tijd de instructies bekijken, als het moet zo vaak als ze willen: ze kunnen de opname stilzetten, aantekeningen maken, terugspoelen, et cetera. De gemeenschappelijke tijd in de klas wordt niet meer gebruikt voor uitleg van de stof, maar is nu volledig beschikbaar voor het oefenen en herhalen van de stof.
Het concept ‘flipping the classroom’ is afkomstig van Salman Amin Khan, een in Bangladesh geboren Amerikaan. Khan startte als onderwijzer op internet de Khan Academy: een gratis online platform. Vanuit een klein kantoor bij hem thuis produceerde hij in de loop der tijd duizenden video’s over allerlei academische onderwerpen. Op dit moment heeft het YouTube-kanaal van de Khan Academy meer dan 9 miljoen volgers. In 2012 nam het Amerikaanse tijdschrift Time Salman Khan zelfs op in haar lijst van de 100 meest invloedrijke mensen wereldwijd. Het concept vindt inmiddels wereldwijd navolging; niet alleen op universiteiten en hogescholen, maar ook in het middelbaar onderwijs.
Jelmer Evers, docent aan UniC Utrecht, vertelt erover: ‘Op deze manier kunnen leerlingen de lessen volgen in hun eigen tijdspad. Zo heb ik van leerlingen gehoord dat ze naar mijn les hebben geluisterd tijdens het hardlopen. Ik had ruim vijftig leerlingen in de examenklassen en één filmpje over de examenstof is wel 10.000 keer bekeken. Dat geeft aan dat leerlingen er behoefte aan hebben om thuis een les te bekijken. Eigenlijk ook best logisch, want ze kunnen het filmpje pauzeren wanneer ze willen of opnieuw afspelen totdat ze het snappen. Dat ik leerlingen op deze manier les mag geven, zie ik echt als een intellectuele uitdaging.’
Het principe ‘flipping the classroom’ roept een interessante vraag op: wat is nog precies de toegevoegde waarde van een docent, als de rol van instructeur in de klas niet meer nodig is? Je kan je voorstellen dat bepaalde lesstof zelfs beter door meester-vertellers, acteurs, professionals uit een bepaald werkveld of specialistische deskundigen kan worden verteld en opgenomen. Waarom wereldwijd duizenden docenten iedereen op zijn of haar manier stof laten uitleggen – vaak ook nog eens middelmatig, routinematig, saai of onduidelijk – als dat ook op een zeer professionele manier, met een goed script, goede opnameapparatuur en special effects, kan worden gedaan? Ongetwijfeld zullen docenten dit als een bedreiging van hun vak ervaren, maar de vraag is of het voor leerlingen niet een ongekende mogelijkheid betekent: langs deze weg kan je in aanraking komen met stof die gepassioneerd en met deskundigheid verteld wordt en je kan die bovendien bekijken zo vaak als je maar wilt en wanneer je maar wilt. De populariteit van video als TED en de Universiteit van Nederland bewijzen de potentie van dergelijke platforms. Als je vanuit het oogpunt van de autonomie van de leerling redeneert, betekent het concept van ‘flipping the classroom’ dan ook een ongekende mogelijkheid.
Als wát er geleerd wordt aansluit bij waar een kind zelf behoefte aan heeft, is er sprake van écht leren.
Zippo
Het aardige is dat als gevolg van internet, kinderen en jongeren spontaan allerlei kennis tot zich nemen waar geen leraar meer aan te pas komt. Je kan je afvragen of er niet meer buiten de muren van de school, dan daarbinnen geleerd wordt. Dankzij internet spreken de meeste kinderen al Engels voordat ze het op school gehad hebben. Vooral het gemak waarmee geleerd wordt is onvoorstelbaar.
Een collega vertelde dit verhaal ter illustratie: “Niet zo lang geleden was er een kennis bij ons op bezoek. Zijn Zippo-aansteker deed het niet. Het leek of het vuursteentje klem zat. Mijn jongste zoon vroeg of hij mijn iPad even mocht hebben, surfte naar YouTube, typte ‘Zippo’ in en vond binnen een minuut een instructiefilmpje dat een of andere jongen van een jaar of zestien ergens in de VS had gemaakt, waarbij hij stap voor stap liet zien hoe je een haperend vuursteentje weer aan de praat krijgt. Binnen twee minuten deed de Zippo van mijn kennis het weer.”
Geweldig, toch? Hoezo willen jongeren niet leren? Ze leren graag. Sterker nog, ze willen met alle liefde elkaar onderwijzen. Gratis en voor niets. Zolang het gaat over dingen die zij zelf boeiend vinden. Zoals een echte Zippo.

Curriculum
Wat kinderen en jongeren wanneer ‘moeten’ leren, zou niet door de overheid, maar primair door henzelf bepaald moeten kunnen worden. Kinderen zijn van nature leergierig. Ze willen meedoen met ‘de wereld’. De vorm waarin ze meedoen verschilt alleen per kind. Voor het ene kind betekent ‘meedoen’ dat het zo snel mogelijk wil leren lezen en schrijven. Voor het andere kind dat het wil timmeren of dansen. De overheid kan wel ‘minimale eindtermen’ definiëren, maar wat als die termen niet door kinderen geambieerd worden?
Er is geld, we hebben lokalen, er zijn docenten, er zijn jonge mensen die ambities hebben en toch is er (vooral onder jongens) een enorme schooluitval. Die uitval kan je proberen terug te dringen door middel van inspectie en boetes, maar het is veel beter om te beseffen dat we met elkaar fundamenteel iets niet goed doen. De cruciale vraag is niet: ‘Hoe kunnen we zorgen dat jongeren leren wat ze moeten leren?’, de cruciale vraag is: ‘Wat willen jongeren (vanuit zichzelf) wél leren?’ Door die vraag te onderzoeken, zou je weleens op heel andere ‘vakken’ kunnen komen dan de vakken die nu onderwezen worden.
Zo betoogt cultuurhistorica en voormalig docent maatschappijleer en geschiedenis Mirjam Hommes: ‘In de puberteit wordt prestatie binnen de groep belangrijker dan schoolcijfers, wat zich uit in stoer gedrag en het uitdagen van elke vorm van gezag. Ook dat hoort bij het natuurlijke leerproces, alleen krijg je daar geen cijfers voor. Uiteindelijk zal iedere uitdager niet met zijn juf, meester of ouders verder moeten leven, maar met die groep. Leren je daarbinnen te handhaven, je plek te kennen en de mogelijkheden te vinden om daar zelf vorm aan te geven, zijn levenslessen waar het onderwijs niet in voorziet. Zonde om je dat in je vrije tijd via comazuipen en andere confrontaties eigen te maken: het zou gewoon in de praktijk kunnen als die sociaal-maatschappelijke leerstof meebeoordeeld zou worden in het curriculum.’
Vroeger was het cruciaal een goed diploma te behalen. Die tijd is voorbij. Natuurlijk is het in een kenniseconomie belangrijk om goed opgeleid te zijn. De vraag is alleen welke kennis op welk moment verworven moet worden. Leren is een levenslang project geworden. Werken en ook spelen – onderzoeken, proberen, prutsen – zijn minstens zo belangrijk als kennis opdoen. Laten we ons niet te druk maken over of ieder kind op een bepaalde leeftijd wel beschikt over een centraal vastgestelde hoeveelheid minimale kennis. Laten we ons liever druk maken over de vraag wat kinderen vanuit zichzelf willen leren. Laat kinderen vanuit zichzelf voor het maximale gaan. Als wát er geleerd wordt aansluit bij waar een kind of jongere zelf behoefte aan heeft, is er sprake van écht leren. Laten we dat illustreren met een voorbeeld.
Antalya
Op een hotelschool was er een tweedejaarsgroep die voornamelijk uit Turkse meisjes en jongens bestond. De groep liep niet lekker: lesuitval, spijbelen, motivatieproblemen. De leerlingen leken elkaar op een negatieve manier te beïnvloeden en het docententeam belegde een vergadering. Wat te doen? Na met de studenten gepraat te hebben, bleek al snel dat de meeste eigenlijk het liefst meteen aan het werk zouden gaan. Het plan ontstond om deze leerlingen hun derdejaars stage niet in Nederland, maar bij wijze van uitzondering in Turkije te laten lopen. In de tussentijd zouden ze dat jaar geen lessen meer volgen, maar fulltime aan het werk gaan. Ze zouden er zelfs geld mee kunnen verdienen. In hun vierde jaar zouden ze dan moeten laten merken dat ze alles geleerd hadden wat voor de opleiding nodig was om hun examen te halen en eventueel extra lessen zelf moeten zien te regelen.
De groep reageerde enthousiast op het voorstel van het docententeam en nadat met veel gedoe alles geregeld was – vooral door de leerlingen zelf – werkte het jaar daarop een groep van vijf Turkse leerlingen in een hotel dat een oom van een van hen bezat in Antalya. De school onderhield vanaf afstand contact met de leerlingen en al snel bleek dat de groep zonder verdere hulp het volledige hotel draaiende kon houden. Tijdens het hoogseizoen opende de eigenaar zelfs een nieuw hotel 20 kilometer verderop, waardoor hij zelf nauwelijks meer aanwezig was, maar dat motiveerde de leerlingen des te meer. Vanaf dat moment runden ze met z’n vijven het hele hotel. Alles wat ze eerder op school met tegenzin hadden moeten leren, de pr, het management, de ontvangst en afhandeling van de gasten, de aansturing van de keuken, maakten ze zich nu met plezier eigen. Teruggekomen in Nederland waren de lastige leerlingen veranderd in verantwoordelijke volwassenen.
Ben je er nog?
Het was weer een lange zit maar we denken dat dat het waard is. Want anders kijken naar lastig gedrag en creatief om kunnen gaan met de behoefte aan autonomie van leerlingen, verandert zeker in het onderwijs een heleboel. Volgende week gaan we verder met deel 4 en ligt de nadruk op iets dat de meeste mensen ongelooflijk moeilijk vinden: loslaten…
Wil je meer leren?
We gaan niet positief denken, we gaan jou niet vertellen hoe je moet opvoeden. We leren je met ons hilarische, ontroerende en vooral inspirerende theatercollege wél anders te kijken naar lastig gedrag én er op een constructieve manier mee om te gaan. Zoals bij alles van Omdenken is deze avond een mix van theater, lezing en cabaret.
Ons theatercollege Lastige kinderen? Heb jij even geluk! in het Fulcotheater in IJsselstein op woensdag 24 juni is helaas voor jou al helemaal uitverkocht.
Maar omdat we merken dat de belangstelling groot is, gaan we dit theatercollege zeker vaker organiseren. Wil je daar als eerste van op de hoogte zijn? Schrijf je in voor een seintje!
Heb jij ook een omdenkverhaal?
Iedere zondag lees je op deze website een Omdenkverhaal. Kom je zelf zo’n verhaal tegen? Bijvoorbeeld in de krant, op je werk, thuis of online. Of heb je zelf iets omgedacht dat perfect past tussen alle Omdenkverhalen op deze website? Laat het ons dan vooral weten, want we zijn altijd op zoek naar fraaie voorbeelden. Mail jouw verhaal of tip naar contact@omdenken.nl. Dank je wel!
Deel dit verhaal:

