Mohammed B.

Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, gaf tijdens zijn rechtszaak een volledige bekentenis en een uitgebreide verklaring. Hij had Theo van Gogh vermoord. Hij was bereid zijn straf te ondergaan, maar was niet bereid daarover met de rechtbank in gesprek te gaan. Na zijn bekentenis en verklaring hulde Mohammed B. zich in een consequent zwijgen. Naar zijn overtuiging met het volste recht. Hij was immers geen verant­woording schuldig aan deze rechtbank, een institutie van ‘het ongelovige volk van Nederland’. Wat men daarna ook tegen hem zei, hij volhardde in zijn stilzwijgen.

Officier van justitie Koos Plooy (foto) wist hem echter alsnog aan het praten te krijgen. Niet door hem te confronteren met de gevolgen van zijn daad (die kende Mohammed B. immers al), niet door het bewijs slui­tend te maken (dat was niet nodig, dat had de verdachte zelf al gedaan), maar door hem juist uiterst serieus te nemen.

Koos Plooy vroeg: `U was van mening dat Theo van Gogh een slecht moslim was. Maar is het niet zo dat alleen Allah op de dag des oordeels kan bepalen wie een goede moslim is en wie niet? En zo ja, als dat zo is, is het dan in theorie mogelijk dat Theo van Gogh door Allah als een goed moslim beoordeeld zou kunnen worden?’ Nadat Koos Plooy die vragen had gesteld, bleef het nog altijd stil. Daarna verbrak Mohammed B. zijn langdurig stilzwijgen. Hij antwoordde: ‘Dat is juist. Ik kan en mag in principe niet uitsluiten dat ik het bij het verkeerde eind heb gehad.’

Juist door Allah als hoogste macht uiterst serieus te nemen, wist Plooy een koevoet in Mohammed B.’s denkvesting te plaatsen. Moham­med B. liet het zich ook welgevallen: hij had intellectueel res­pect voor zijn aanklager. Zo had hij zich eerder tijdens het pro­ces naar aanleiding van een opmerking van Koos Plooy al een keer halfhoorbaar laten ontvallen: ‘Jij bent slim.’

Berthold Gunster
Huh?! De techniek van het Omdenken, pag. 117 – 118

  •  
     
     
       
  •  
     
       
       
  •  
     
     
       
  •