Cappuccino

Heerlijk

Een woensdagochtend, eind augustus. Een onverwachtse zomerse dag. Ik fiets naar Orloff, een café op ’t Wed in Utrecht. Als ik op het terras plaatsneem is het pas kwart over acht, maar de temperatuur is al opgelopen tot boven de twintig graden. Een vriendelijke serveerster vraagt wat ik wil drinken. Cappuccino, zeg ik. Ze verdwijnt en komt niet veel later met het door mij gevraagde terug. Met een diepe teug adem ik deze prachtige ochtend in.

In het café liggen, zoals altijd, verse kranten. Naast mij ligt een Volkskrant. Ik open een willekeurige pagina. Mijn oog valt op een kop. ‘Treurig’, staat er. Een column van Frank Heinen. Als gastrecensent neemt hij de televisieavond van de dag ervoor door.

Vijf programma’s recenseert hij. Als eerste een voetbalwedstrijd. Die van Ajax tegen Rostov. De wedstrijd kan de recensent niet behagen. “In het gezellige studiocafé van Toine van Peperstraten leek wel een rouwdienst aan de gang.”

Dan Max. Bij Max gaat het in Hollandse Zaken over zelfmoord. De recensent beoordeelt dat Cees Grimbergen er wat van probeert te maken, maar het programma wordt maar niet agressief. ‘Wel verdrietig’.

Zelfs op het ‘altijd vrolijke’ SBS was het volgens de recensent treurnis troef. Rob Geus liet daar de hoogtepunten van tien jaar Smaakpolitieman zien. In de beleving van de recensent waren het vooral ‘tien jaar  dieptepunten’. Wat de recensent wél vrolijk stemde was dat Rob Geus door weer een ander televisieprogramma, om precies te zijn Rambam, vorig jaar ‘ongenadig voor gek werd gezet.’ Dat dan weer wel.

Ook de Belgische televisie moet het ontgelden. Bart Peters zit 24 uur opgesloten in Het Huis. De recensent beschrijft: “We vielen er in bij een liedje dat Bart tokkelde op zijn gitaar. Iets over Sinterklaas en Pieterbaas. Toen het afgelopen was, zei hij: ‘Dat liedje gaat mij overleven.’ Toch weer de dood, bah.”

Het vijfde en laatste programma dat beoordeeld wordt, Linda’s Zomerweek, kan al helemaal niet voldoen aan de standaarden van de recensent. ‘Nee, het was misschien geen Zomergasten, maar knus was het goddank wel – en bijna net zo plakkerig als de binnentemperatuur.’

Ik leg de krant weer weg. Eén column, vijf televisieprogramma’s, allemaal slecht.  Wat moet de recensent een treurige avond gehad hebben, bedenk ik. Wat is het nut van deze column, vraag ik me af. Leedvermaak? Onafhankelijke waarheidsvinding? Een kijktip is het in ieder geval niet. Eerder een kijkwaarschuwing. Maar wat moet ik er mee dat ik iets niet moet kijken?

Elke dag verschijnen er tientallen, zo niet honderden nieuwe boeken, composities, films, televisieprogramma’s, series, tentoonstellingen, opera’s, theatervoorstellingen, balletvoorstellingen en musicals. Dag in, dag uit. Wat heb ik er aan te lezen wat ik allemaal niet moet gaan zien, horen en luisteren? Als ik van elke nieuwe uiting die niet goed bevonden wordt een recensie zou moeten lezen, zou ik daar op zichzelf al een dagtaak aan hebben. Ik zou geen tijd over houden om te bekijken wat wél goed is. Waar ik iets aan heb, is te lezen wat ik wél mee moet maken. Een inspirerende aanbeveling.

Maar ja. Da’s voor een recensent niet zo leuk. Dan moet hij opeens fan, bewonderaar of liefhebber worden. Liever is een recensent een ‘onafhankelijke’ beoordelaar. Af en toe zal hij iets aanbevelen, maar alle andere keren kan hij zich superieur boven het door hem beoordeelde plaatsen. Zelfs niets hoeven presteren, maar wel alles kunnen afkraken. Wat een genot. Jezelf in één recensie intellectueel boven Toine van Peperstraten, Max TV, Hollandse Zaken, Cees Grimbergen, SBS6, Rob Geus, Bart Peters, Het Huis én Linda’s Zomerweek plaatsen. Dat is niet treurig. Dat moet heerlijk zijn.